Het Jheronimus Bosch Art Center in Den Bosch toont het complete oeuvre van Jheronimus Bosch in de vorm van hoogwaardige reproducties.
Ook zijn er wandtapijten te zien.
Galeriehouder Dick Heesen kwam in 1976 in contact met twee Poolse broers die kunstschilder waren: Andrezej en Jerzy Mierzejewiski. Hij vroeg hen een serie wandtapijen te vervaardigen met details uit de schilderijen van Jheronimus Bosch. Tussen 1979 en 1982 werden 29 wandtapijten geweven, waarvan het grootste deel in het Jheronimus Bosch Center hang.

Ik was heel nieuwsgierig naar die wandtapijten.

Dit is de reproductie van: Tuin der lusten

Dit zijn wandtapijten met een detail uit: Tuin der lusten.
     

Dit zijn details van de wandtapijten.
  

Ze zijn mooi. Ik ben blij dat ik ze gezien heb.

Advertenties

Heerlijk dat buiten de eerste bloemen zichtbaar zijn.
Ook binnen vind ik het fijn als er bloemen zijn.
Ik hou van bloemen.

Hein Lambregts heeft dit versje geschreven en ik heb de illustratie gemaakt.


Bomschuiten in de branding

Deze aquarel is gemaakt door Hendrik Willen Mesdag.
Ik heb deze aquarel gezien in een map met prenten in het Teylersmuseum in Haarlem.
Hij is zo mooi gemaakt, zo fragiel, zo onwerkelijk goed!

 


‘Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag’
(Martinus Nijhoff)

In de verte van mijn herinneringen dwaalt ze door mijn gedachten.
In mijn verbeelding heb ik haar altijd gekend.
In de voorbijschuivende wolken die prachtige wolvinnen werden herkende ik haar gezicht.
Schuilend onder het afdak van een tijd waarin alles zo anders had kunnen zijn, voelde ik haar koele huid.
Ik was haar welp en verlangde naar haar armen.
Niemand wist haar te vinden.

Tot, wat nog van haar leven restte, onverhoeds de sporen van een verloren strijd rondstrooide.
Rekeningen moesten vereffend worden, op slag kon men verbanden leggen.
De dramatiek van het lot overspoelde mij, de ontbering leed rechtstreeks schipbreuk in het aquarel van mijn naakte kinderogen; ze was zo mooi en kwetsbaar als een flirtende engel.

In haar laatste jaren zocht ik wanhopig naar sleutels van de liefde. Het bleef bij rode rozen, een geurkaars op haar nachttafeltje en wat bloemenkussens op haar bed. Aan haar wand hing ik wolkenvelden, maar van mij wist ze niets meer.

Vandaag sluit ik de deur van het sanatorium voor het laatst. Met aan mijn hand haar leven in een hemelsblauwe koffer. Ik loop de zevende maand van het jaar in. De lucht is drukkend zwaar. Aan het klamme park kleven de gefnuikte wolken die mijn wolvinnen de vaardigheid van het jagen ontnamen.
Ik blijf staan en voor het eerst sinds jaren kijk ik weer omhoog.

Waar vergat je mij?

Ik val op mijn knieën en onder voortdrijvende wonderen open ik met bevende vingers de sloten van de koffer. Wolvinnenmelk klotst blauwwit op. De sloten branden in mijn handen door het verbreken van haar levensbanden. De energie die vrijkomt is als een lichtexplosie. Kleuren, die mij plagerig kussen, spelen tikkertje voordat zij verdwijnen in het druppende wolkendek. Ik kan mij nog even koesteren in haar warmte.

Op de melk drijft een engeltje. Ik vis haar eruit en lik haar schoon.  Haar gazen vleugeltjes trillen na als zij tegen mij begint te praten.

‘Kindlief, ik heb van je gehouden, je was mijn oudste. Iedere nacht kwam ik bij je langs en streek over je gouden haren. Mijn lendenen werden jachtig na jou te hebben gedragen en ik ging de verre wolken achterna. Ik kende mannen op mijn reis die ik meer dan anderen beminde. Jouw broers en zussen liet ik bij hen achter. Ik baarde zeven kinderen; ze zijn van parelmoer of albastzwart.  Naarmate ik ouder werd, verloor ik mijn vaardigheden en keerde terug naar de wieg van mijn eerstgeborene. Met jou is alles begonnen. Huil niet mijn kind, ik ga je slechts voor.’

Mijn ogen zoeken naar madeliefjes op lange steeltjes. Mijn vingers plukken ze, rijgen ze aaneen. Mijn handen leggen de bloemenslinger op haar wit geworden gezichtje
De wolken lossen op. De nacht is daar. De maand draagt een negen in haar getal, de boomkalender toont de hazelaar. Wellustig pionier en vruchtbaar minnaar.
Eindelijk sla ik de koffer dicht. Mijn tranen zijn gedroogd.

De elfen – mooier dan de zon of donkerder dan pek – zitten veilig in mijn herinnering. De wolven jagen rustig en moeder spreekt mij fluisterend toe in de luwte van mijn gedachten.
Ik snij een toverstaf zoals de Kelten deden en voel aan het rijpen van de hazelnoten dat ook voor mij de herfst zal komen.

Zelfs in de nacht kijk ik nu vol verwachting naar boven en in het beeld van Virgo zoek ik Porrima, de dubbelster die zich verenigt om zich weer cyclisch te scheiden. Dat is precies wat moeders doen en ik besef dat samen met hun vrucht, ook het afscheid wordt geboren.

Tegen de ochtend zullen de wolken weer gaan jagen, liggen nieuwe einders in het verschiet.
Op een wit gezichtje zullen madeliefjes bloeien en alleen ik zal weten wat Blodeuwedd in de wolken zag.
Ik heb haar, bij het afscheid, voor eeuwig in een metafoor gesloten.

Het mysterie van het leven is een moeders idioom, alleen wij weten wanneer onze dochters paren.
Maagd, moeder, dochter, onze drievuldigheid is een heilige spiraal. Wij alleen kunnen dat geluk ervaren; de pijn van het onvolprezen baren en het voor altijd met elkaar verbonden zijn.

De mystiek die mijn moeder achterliet, is niet in koffers te bewaren.

Geschreven door Mili van Veegh, Elyse van der Roer, Johan Redant.
Trots, ik mocht de illustratie maken.
Uitgeverij Ambilicious

In de watertoren van de Belcrum zag ik Speelbal, met tekeningen van Liesbeth Verhoeven en choreografie en video van Aafje Franken.

In de waterbak van de watertoren wil Liesbeth Verhoeven de dubbelzinnigheid laten zien tussen het gevoel ‘ik ben niets’ en ‘hier ben ik’. Liesbeth ziet graag dat de dansers deze gevoelens in hun bewegingen uitdrukken. Zijzelf tekent tijdens de performance.

 

Ik kon, mede door de omgeving, het thema voelen.
Een bijzondere ervaring!

De bouwloods aan het Hekven in Breda zetten hun deuren weer open.
Ha, ha, ha,

Altijd vind ik het fantastisch om te zien hoe de grote wagens gemaakt worden.
Wat een verschil tussen de een en andere wagen.

In het voormalig gebouw van Bernardus Wonen, Bosschendijk 219 in Oudenbosch, is een Pop-up Galerie geopend! Op initiatief van Inge van Rijsbergen-Brekelmans exposeren 16 kunstenaars uit Halderberge en omgeving, met verschillende disciplines: fotografie, textielkunst, keramiek, schilderkunst, grafiek, en div. andere technieken.
Ik ben gaan kijken en werd vooral verrast door de installaties van Inge van Rijsbergen-Brekelmans.
 
Zij maakt mensfiguren op ware grootte en plaatst ze in een omgeving, hun eigen omgeving.
Op deze manier geeft zij een inkijkje in het leven van de gemiddelde Nederlander.
Heel inspirerend!
Elke vrijdag, zaterdag en zondag in januari is de galerie open.

 


Ik wens iedereen een gelukkig kerstfeest en een creatief 2018!

Tijdens de oudejaarsreceptie heeft Baron Jean-Pierre, Théodore, Vigoureux Ancien-Combattant Nobiliaire et Grand Amateur de la Cyclisme à la Bière le Dernièrre du Moment een portret aangeboden gekregen.

Ik heb de eer gehad om dat portret te mogen maken.
Carnaval ‘t Lestogenblik Ginneken